Eigen ontwikkeling - column Peter Blangé
30 januari 2009
Coachen is een ervaringsvak. Bij mijn debuut als trainer dacht ik dat het allemaal niet zo ingewikkeld kon zijn. Training geven, wedstrijd coachen, wissel, time-outs…. Hoe lastig kan het zijn. Trainers waren immers de personen waar je mee overhoop kon liggen. Dat ze je van die wazige oefeningen lieten uitvoeren of niet opstelden. Dat gingen we anders doen. Na de eerste weken wist ik wel beter. Het team samenstellen, trainingen voorbereiden, welke doelen wil je bereiken, verschillende persoonlijkheden binnen je ploeg laten samenwerken, bestuurleden, pers en publiek…. Je moet aan zoveel zaken denken waar ik als speler helemaal geen weet van had. Kom maar hier met die bal en ik doe de rest was het motto. Waar moest ik in hemelsnaam beginnen? Gelukkig was er de trainerscursus, waarop we leerden de prioriteiten goed in kaart te brengen en didactisch verantwoord training geven. De experts die op de cursus doceerden waren niet de minste. Ton Boot gaf inzicht in zijn trainersfilosofie en Toon Gerbrands wat handelen volgens een duidelijke structuur inhoud. Coachen doen we volgens eigen inzichten, maar ik vond het zeer verhelderend om van deze “grootheden” inzicht te krijgen in hun aanpak. Veel discussie met de docenten en tussen de cursisten onderling riepen echter nog meer vragen op dan ze antwoorden gaven. Uiteindelijk heb ik maar de keus gemaakt om mijn eigen visie over het spelletje als leidraad te gebruiken en gewoon te beginnen met trainen. Deze visie wordt ieder contactmoment met de spelersgroep gedeeld en vol overtuiging uitgedragen. Inspiratie deed ik op door diverse trainingen en wedstrijden te bezoeken, ook uit andere takken van sport en veel te praten met interessante mensen. Als trainer streef ik naar verbetering van mijn team en daarvoor dien je zelf ook ieder moment aan te grijpen om vooruitgang te boeken. Sinds ik coach ben geworden ga ik dus trouw naar congressen, bijscholingscursussen, trainingen, wedstrijden en ga zo links en rechts op de koffie. Nadat het zomerseizoen van het Nationaal Team was afgesloten ben ik naar de Olympische Spelen in Peking gegaan. Natuurlijk had ik het vanuit de luie stoel prima kunnen volgen, maar op die manier nooit met eigen ogen kunnen zien hoe het spel zich op wereldniveau ontwikkeld: veel rally’s door de toegenomen balvaardigheid van de spelers, gekoppeld aan een lage foutenlast. Je krijgt niets cadeau. Daarom dient iedere ambitieuze trainer zorg te dragen voor zijn eigen ontwikkeling. De deur van onze hal staat altijd voor je open!
Reageren



